De landelijke taskforce ondersteunt gemeenten en veiligheidsregio’s bij complexe zorgvragen van vluchtelingen uit Oekraïne. Verpleegkundige Gulin Celen is een van de mensen die dat dagelijks in de praktijk brengt. Ze werkt al vier jaar met deze doelgroep. ‘Iedereen heeft iets anders nodig’, zegt ze. ‘Soms is dat een luisterend oor. Soms is de zorgvraag veel intensiever. Geen dag is hetzelfde.’
Meer dan regelkennis alleen
Zodra een gemeente een casus aanmeldt, gaat De vliegende brigade aan de slag. Gulin brengt de situatie in kaart: is er spoed, welke medicatie gebruikt iemand, wat is de hulpvraag? Op basis daarvan adviseert ze de gemeente, denkt ze mee over mogelijke routes en begeleidt ze het traject naar de juiste reguliere zorg – en belt na totdat het echt goed geregeld is.
Vluchtelingen uit Oekraïne vallen onder de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (ROO) en kunnen, afhankelijk van hun zorgbehoefte, gebruikmaken van verschillende vormen van ondersteuning en zorg. Maar die routes zijn voor veel mensen onbekend terrein. ‘De regels zijn complex’, zegt Gulin, ‘en de meeste cliënten spreken geen Nederlands. En dan is er nog de culturele context: hoe kijken Oekraïners naar zorg? Wat betekent het voor iemand om professionele hulp te accepteren? Dat kun je niet even in een folder vatten.’
Dat merkt ze nergens zo sterk als bij mantelzorgers. Kinderen die hun ouders al jaren verzorgen, voelen schaamte en schuldgevoel bij het idee van een verpleeghuisplaatsing. ‘Dat doe je niet – dat gevoel zit diep’, zegt Gulin. ‘In gesprekken leg ik uit dat ze altijd langs kunnen gaan, dat de zorg goed is. Dat hun ouder de juiste zorg op de juiste plek ontvangt.’ Waar mogelijk zorgt ze voor geclusterde plaatsing, zodat ouderen in contact blijven met andere Oekraïners in de eigen taal.
Puzzelen tot het klopt
Sommige casussen vragen om veel uitzoekwerk. Gulin vertelt over een moeder en haar negentienjarige zoon die samen gevlucht zijn uit Oekraïne. Beiden verstandelijk beperkt, de jongen ook fysiek. ‘Je wilt ze niet scheiden, maar ze hebben allebei andere zorg nodig. Dan ga je zoeken, rondbellen, praten, kijken waar ze terecht kunnen… en ondertussen probeer je vertrouwen te winnen.’ Ze pauzeert even. ‘Het is nogal wat waar deze mensen mee te maken krijgen. We doen ons best, en vaak lukt het maar helaas niet altijd.’
De vliegende brigade kijkt verder dan de standaardoplossingen en zoekt naar wat in een specifieke situatie wél mogelijk is. ‘Een vrouw die haar man na een herseninfarct verzorgde raakte volledig overbelast’, vertelt Gulin. ‘De gemeente benaderde ons voor advies. Wij hebben een ergotherapeut gevonden voor de nodige aanpassingen thuis. Een andere vrouw onderging chemotherapie, zonder enig netwerk. We vonden voor haar een tijdelijke 24/7-zorgplek. Ook dit is soms mogelijk.’
Elke casus maakt het team sterker
De vliegende brigade leert van iedere situatie. Complexe casussen maken de werkwijze scherper en de aanpak bij volgende casussen effectiever. ‘Iedere keer dat je iets uitzoekt, word je wijzer’, zegt Gulin. Kennisdeling staat daarin centraal: wat het team leert in de ene regio, helpt de volgende gemeente verder. Zo werkt de taskforce niet alleen aan individuele oplossingen, maar bouwt het ook aan structurele kennis over een doelgroep die het Nederlandse zorgstelsel nog volop leert kennen. En Gulin? Die kijkt elke dag opnieuw. ‘Ik heb geen idee wat morgen brengt,’ zegt ze. ‘Maar dat maakt dit werk zo mooi.’
Meer lezen over De vliegende brigade of contact opnemen? Dat kan hier.